In 1987 belandde ik als radio-operator telefonie bij het kuststation Oostenderadio (OSU-OST) in het gebouw van de RTT van de Radiomaritieme Dienten (RMD) in de Perronstraat achter Delhaize op het Hazegras. Ik zou er werken tot 1993.
Het verhaal van Oostenderadio begint in 1902 op 8 januari, lang voor er consoles, headsets of digitale schermen waren. In de tijd van Leopold II, toen de pakketboten tussen Oostende en Dover de trots van het land waren en de koning begreep dat moderne scheepvaart meer nodig had dan stoom en staal. Er moest een stem aan de kust zijn, een luisterend oor dat de zee kon overbruggen. Opdracht : de radioverbindingen verzorgen met de mailboot Princesse Clémentine. Zo ontstond het eerste kuststation in De Panne, in de vrijstaande villa 'Les Pavots' vlakbij de zee in de duinen, een eenvoudige installatie waar de wind door de houten wanden floot en de antennes kraakten als oude masten. Maar het werkte. Vissers, pakketboten en kapiteins vonden er een baken dat niet te zien was, maar wel te horen.
17 juni 1902 : Een nieuw kuststation met roepletters OST wordt geïnstalleerd te Nieuwpoort in een treinwagon, later in een gebouw naast het loodswezen.
1918 : Na de oorlog wordt er een nieuw kuststation (een houten barak) met de naam Oostenderadio/ost gebouwd, in de Mercatorlaan te Oostende, naast de oude watertoren. De zenders staan opgesteld in een rond paviljoen, bijgenaamd 'het circus'. Start van een permanente luisterwacht op 500 kHz (morse).
1938 : oprichting van een zenderpark in Middelkerke.
1947 : Oostenderadio verhuist naar de Torhoutsesteenweg te Stene, op de plaats waar nu een Toyota garage is. Het gebouwtje hd jaren gefungeerd als dienstgebouw van het vliegveld. Naast het gebouw hadden de operatoren hun moestuintje. Oostenderadio neemt ook het Belradio zenderpark in Wingene in gebruik. Daar was de ontvangst beter en de technologie groeide. De Noordzee werd drukker, de schepen groter, de risico’s talrijker. In Stene kreeg het kuststation voor het eerst de allure van een echte maritieme post, met operators die hun vak beheersten als een ambacht. Daarna volgde Oudenburg, waar Oostenderadio zijn gouden jaren beleefde. De zenders waren krachtig, de masten hoog, en de stemmen die door de ether gingen waren vertrouwd voor iedereen die de zee op moest. In Oudenburg werd de basis gelegd voor wat het kuststation decennialang zou blijven: een onzichtbare vuurtoren.
De administratie zat ondertussen in de Aartshertoginnenstraat in Oostende, waar dossiers, vergunningen en logboeken zich opstapelden in kasten die naar zout en papier roken. Het was de ruggengraat van het geheel, de plek waar de papieren wereld de ether ontmoette. 1977 : Opnieuw verhuist Oostenderadio naar Oostende, naar een nieuw, modern gebouw in de Perronstraat. Een ultra-modern kuststation met radiotelex, radioverbindingen op VHF, MF(middengolf) en wereldwijde verbindingen op HF(kortegolf), en radio/telegrafie (morse) op MFen HF. Een modern gebouw, strak, technisch, klaar voor de toekomst. En het was daar dat ik binnenstapte, twee maanden na de ramp met de Herald of Free Enterprise, toen de schok nog in de muren hing. De verhalen van die nacht waren nog vers: de gebroken oproepen, de chaos, de stilte die viel wanneer een stem wegviel. Je kwam binnen in een wereld waar elke seconde telde en waar de zee nooit zweeg.
Het waren jaren waarin de Amandine O 129 nog voer, de laatste Oostendse IJslandvaarder. Je hoorde haar stemmen, haar routine, haar laatste vaart. Ook de verbinding met de maalboten van de RMT waren toen nog dagelijkse kost. Het was een tijd waarin vissers nog met de radio spraken alsof het een familielid was, en waarin operators hun stemmen herkenden zonder dat er een naam gezegd moest worden. De Perronstraat was een plek waar de nacht soms lang was, maar nooit leeg. En soms gebeurde er iets dat je nooit meer vergat.
Zoals die nacht tijdens de oorlog in Joegoslavië, toen de ether plots scheurde. Een rauwe, wanhopige stem: “Mayday, mayday, may, this is Dubrovnikradio— we are being attacked from the hills, any vessel in the vicinity please come to our harbour to rescue our people.” En daarachter het onmiskenbare geluid van kanongebulder, alsof de oorlog zelf door de luidsprekers naar binnen stormde. Het was een moment waarop de afstand tussen Oostende en Dubrovnik verdween, waarop de zee geen grens meer was maar een echo van menselijk leed. Je zat daar, midden in de nacht, luisterend naar een conflict dat zich ver van de Noordzee afspeelde, maar toch rechtstreeks jouw radiokamer binnenkwam.
Later, in 2006, verhuisde Oostenderadio naar de Zeemachtbasis in Zeebrugge, waar het deel werd van een groter geheel, ingebed in de structuur van de Marine. De technologie veranderde, de protocollen werden strakker, maar de ziel bleef dezelfde. En uiteindelijk vond het station zijn huidige thuis boven de oude vismijnkantine, in het gebouw van het Loodswezen, met uitzicht op de haven en de geur van zout en diesel die door de ramen waait. De consoles zijn digitaal, de schermen helder, maar wie er werkt weet dat het nog altijd draait om luisteren. Om die ene stem die door de ruis breekt. Om dat ene moment waarop je het verschil maakt.
In 2015, op 11 december wordt het zendstation in Middelkerke buiten dienst gesteld. Enige tijd later verdwijnen de zendmasten en worden de bijbehorende gebouwen afgebroken.
Op 7 maart 2016 verhuist Oostenderadio van de marinebasis in Zeebrugge naar MRCC-Oostende, boven de oude vismijnkantine.
Zo loopt de geschiedenis van Oostenderadio als een lange golfslag door de tijd: van de pakketboten van Leopold II tot de moderne reddingsketen van vandaag, van De Panne tot Stene, van Oudenburg tot de Perronstraat, van Zeebrugge tot het Loodswezen. En ergens in die eeuw van stemmen, stormen en stille heldendaden liggen ook jouw jaren, jouw nachten, jouw verhalen. Ze maken deel uit van een geschiedenis die niet alleen geschreven is in logboeken, maar ook in herinneringen die blijven hangen als de geur van de zee na een storm.
Maak jouw eigen website met JouwWeb