Op het gouden jubileum van mémée en pépé verschenen mijn neven in het kostuum van drumband Willen Is Kunnen. Dat moment bleek beslissend. Mijn broer Raf werd lid van de kliek en zo raakte ook ik, haast vanzelf, in de ban van het korps. Van dan af leefden we mee met haar muziek: de repetities, de uitstappen, het Sint-Ceciliafeest in de oude Volksbond, de turn- en drumshow in het sportcentrum, de taptoe op het Wapenplein…

Stilaan begon ik mee te draaien. Eerst als bordjesdrager voorop bij een straatoptreden in Oostende, later als deurwachter in het sportcentrum tijdens het turnfeest. Af en toe ging ik mee naar het Ceciliafeest, toen nog in de Thierbrau op het oude vliegveld van Raversijde. Zonder dat ik het goed en wel besefte, raakte ik zo ingeburgerd bij De Klak.

Ik ging ook wel eens kijken naar een repetitie, maar jammer genoeg kon ik zelf geen instrument bespelen. Toch mocht ik uiteindelijk mee op uitstap naar stoeten en taptoes, in binnen- en buitenland. Binnen het bestuur bleef men zoeken naar wat ik kon betekenen voor het korps. Ik hielp mee sleuren met de instrumentenkisten bij het laden en lossen, tot men mij polste of ik geen clubblad kon verzorgen.

Dat bleek mijn plek te zijn. Het clubblad groeide uit tot een echt orgaan, eentje waar andere korpsen jaloers op waren. Ik hield het meer dan tien jaar vol. Het was nog het tijdperk vóór de digitale wereld, al beschikte ik intussen wel over een elektrische schrijfmachine — wat toen al behoorlijk modern aanvoelde. In het begin werden mijn tekstjes op stencil afgedrukt, met die typische geur van verse inkt. Later schakelden we over op fotokopieën.

Het waren heerlijke jaren, waarin ik al mijn creativiteit en taalvirtuositeit kwijt kon in ludieke, soms licht ironische verslagjes over de uitstappen en activiteiten van het korps. Hornline Express werd telkens opnieuw verwacht. Muzikanten, familieleden en sympathisanten keken uit naar de volgende editie, die gretig gelezen en vaak bewaard werd.

Intussen was de drumband uitgegroeid tot een hoogwaardige showband, met duidelijke invloeden uit het Amerikaanse drumcorps en de schoolbands. Willen Is Kunnen nam deel aan wedstrijden in Vlaanderen en ver daarbuiten, waar het hoge ogen gooide en titels binnenhaalde.

Vandaag liggen de clubbladen er nog allemaal: netjes opgeborgen in het archief van het showkorps en in de Kris Lambertbibliotheek. Stille getuigen van een tijd waarin muziek, kameraadschap en engagement hand in hand gingen — de gouden jaren van showband Willen Is Kunnen.

Reactie plaatsen

Reacties

Sandra
14 dagen geleden

Zo leuk om dit te lezen. We hadden fantastische tijden, ontelbare mooie herinneringen die we nooit zullen vergeten groetjes

Jan Tahon
een maand geleden

Leuk om te lezen

Maak jouw eigen website met JouwWeb